Waarom ben ik ooit gaan rolstoeltennissen?

Heb je me herkend op de foto? Midden achterin, vierde van links. Als volleybalster. Dat was mijn vorige sport. Via Instagram heb ik mijn volgers gevraagd wat ze van me zouden willen weten. ‘Waarom ben je begonnen met tennis’, was een van de vragen. Het simpele antwoord: omdat ik weer een balsport wilde doen en fitness saai vond.

Tot mijn 15e heb ik altijd gevolleybald. Staand dus, zoals de foto bewijst. Ik ben daarmee gestopt toen ik aan mijn beide enkels werd geopereerd. De orthopeed vertelde dat ik eerst 12 weken in het gips zou moeten en zes maanden later weer op mijn oude niveau zou volleyballen. Nou, dat werd ‘m dus niet … Ik werd opnieuw geopereerd en toen wist ik wel dat ik nooit meer normaal zou kunnen lopen. De medische fitness die ik ging doen onder begeleiding van een fysiotherapeut was goed voor mijn lichaam, maar niet leuk. Ik miste de bal.

Ehlers-Danlos Syndroom
Ik had last van al mijn gewrichten. Mijn schouders subluxeerden een paar keer per dag. Dat betekent dat mijn schouders gedeeltelijk uit de kom gingen wanneer mijn armen boven schouderhoogte kwamen. Daarom ging ik op zoek naar een sport waarbij je armen daaronder blijven. Ik dacht aan rolstoeltennis en rolstoelhockey. Toevallig zag ik een oude aflevering van het BNN-programma ‘Je Zal Het Maar Hebben’ over een jonge vrouw die net als ik het Ehlers-Danlos Syndroom heeft en aan rolstoeltennis deed. Dus dacht ik: dan kan ik het misschien ook wel! Ik belde alle tennisverenigingen in de omgeving, maar nergens kon ik terecht. Dus belde ik de bondscoach rolstoeltennis op. Hij nodigde mij uit voor een clinic. 

Clinic
En zo zat ik op 10 september 2005 voor het eerst in een tennisrolstoel. Het viel me op dat de meeste jongeren die op de clinic af waren gekomen al konden tennissen en eigen rolstoelen hadden. Ik kwam aanzetten met het racket van mijn moeder en zat voor het eerst in een tennisrolstoel. Het bleek dat de ‘clinic’ de voorspeeldag – zeg maar een soort auditie – voor de nationale jeugdselecties was. De bondscoach combineerde dat met het uitnodigen van nieuwe spelers en speelsters. 

Verse broodjes
De bondscoach wilde mij graag laten tennissen. Omdat dat in Nijmegen niet kon, kreeg ik een plekje in de nationale B-selectie. We trainden in Renkum,  25 kilometer van mijn huis. Dat viel nog net binnen de grenzen van de Regiotaxi, maar al snel bleek dat die vaak vertraging had, dus miste ik een deel van de training op zaterdagochtend. Ik had de deal met mijn broer dat ik die dag verse broodjes voor hem ging halen voor zijn ontbijt, en dan bracht hij me naar Renkum. Terug nam ik wel de Regiotaxi. De B-jeugd trainde eerst, daarna de A-jeugd. Maar omdat ik na de training vaak nog zat te wachten op de taxi, zeiden ze: doe ook maar met ons mee! En binnen een paar maanden mocht ik echt aansluiten bij de A-jeugd. Een jaar later zat ik bij de A-topselectie. Ja, het is snel gegaan …

En rolstoelhockey? Omdat ik tennis zo leuk vond, heb ik dat nooit meer geprobeerd.